DRESSUUR: Hoe ziet de perfecte galop eruit?

Het is altijd goed om de theorie te weten van de dressuur. Soms is de theorie misschien een beetje taai, maar het kan je echt helpen bij het trainen van je paard. Daarom hebben wij de taaie stof over de galop omgezet in een blog over de theorie achter de perfecte galop. Want weet jij wel hoe de perfecte galop eruit ziet?

Galop eigenschappen

Zoals je waarschijnlijk wel wist is de galop een drietact gang met een zweeffase. De been zetting is als volgt voor de rechter galop: linksachter is aan de grond, rechtsachter en links voor komt aan de grond, rechtsvoor komt aan de grond, gevolgd door een zweefmoment.

Bij een goede galop horen de volgende eigenschappen:

  • De schenkel van het binnen achterbeen komt loodrecht naar beneden
  • De croupe van je paard kantelt mooi
  • Het paard maakt zijn rug bol

Nu hoor ik je al denken “Wat zijn de schenkel en de croupe?”. Op de foto hierboven zie je bij nummer 1 een groen streepje en een rondje. Het streepje is de croupe en het rondje is de schenkel. Om de galop van je paard te beoordelen kan je de coupe en schenkel altijd in je achterhoofd houden. Komt de schenkel niet op de loodlijn, maar blijft hij achter het lichaam van het paard en kantelt de coupe niet, dan is de galop niet actief en gedragen gesprongen. Het beeld is dan een langzamer gaande galop zonder zweefmoment, maar dat is geen verzamelende galop.

Een galopperend paard moet er makkelijk uitzien met een swingende, krachtige beweging in drietakt. De galop moet een duidelijk sprong zijn die je activeert door met drijven het achterbeen te stimuleren om meer onder te springen. Een opwaartse galop is alleen mogelijk, als het paard zijn rug bol maakt. Hoe meer verzameling je gaat rijden hoe meer de croupe van het paard gaat kantelen en de rug gaat bollen. De schenkel gaat meer doorstrekken onder het paard. Dan spreken we van een verzamelde dragende galop.

Houding ruiter

Voor de galop heb je een perfecte lichaamscoördinatie nodig. Vooral bij het rijden in de hoeken en bij oefeningen met veel wendingen. Zorg dat je met je bekken meezit, schuif van achteren naar voren in het zadel. Schuif in de linkergalop de linker zitbeenknobbel iets meer naar voren en andersom. Je benen niet vast knijpen, maar laat je benen langs je paard hangen. En duw ze iedere galopsprong verend naar beneden. Houd je armen langs je lichaam en veer vanuit je schouders met gebogen ellebogen en soepele handen om de aanleuning van je paard te behouden of verbeteren.

Geef een reactie