GRONDWERK: De juiste aanleuning bij longeren!

Goed longeren is een kunst. Er komt veel meer bij kijken dan ‘je paard even lekker rondjes te laten lopen’. Om je paard goed opbouwend te trainen is niet alleen de juiste afstelling van de bijzetteugels belangrijk. Ook je eigen longeertechniek is essentieel. Via de longeerlijn geef je sturing en impuls. Wat veel ruiters vergeten is dat je deze sturing en impuls moet omzetten naar een lichte aanleuning tijdens het longeren.

De aanleuning tijdens het longeren

Het doel van de juiste aanleuning bij longeren is dat een paard soepel en met tact gaat lopen. Vaak zie je als paarden te veel en kort bijgezet worden, ze een opgekrulde houding aannemen en achter de loodlijn gaan lopen. Hierdoor ontstaat tactverlies en gaat ten koste van zin soepelheid. Dit wil je juist niet, daarom is de aanleuning tijdens het longeren erg belangrijk.

Goede aanleuning

Goede aanleuning is een voorwaarde om het paard op de juiste manier te trainen. Aanleuning is de zachte (elastische) en constante verbinding tussen de hand van de ruiter en de mond van het paard. Dit geldt ook bij het longeren. Of je de longeerlijn nu aan het bit of de kaptoom vastmaakt, in beide gevallen heb je contact met het paard. Hierbij is het essentieel dat je tijdens het longeren de juiste aanleuning creëert, zodat je je paard goed kan leiden. Met je stem en ondersteunend met de longeerzeep zorg je ervoor dat het paard lekker voorwaarts loopt. Je drijft het paard naar buiten toe, net zoveel dat je het paard met de longe kan opvangen en het tempo kan regelen. Als het paard dan mooi in de rondte loopt ga je werken aan de nageeflijkheid. Het paard treedt van achteren meer onder en laat zijn nek en kaakgewricht los. De longeerlijn voelt dan als een licht verende druk in je hand.

Hoe voel je dat je de juiste aanleuning hebt

Ben jij je wel bewust welke aanleuning je hebt tijdens het longeren? Vaak zien we bij ruiters dat de longe slap hangt. Het enige wat je dan in je handen voelt is het gewicht van de longeerlijn. Je kan maar op één manier voelen of je paard met aanleuning loopt en dat is via je handen. De juiste aanleuning tijdens het longeren is precies dezelfde aanleuning als tijdens het rijden. De longeerlijn hangt dus niet slapen, maar heeft een constante druk tussen de mond van het paard en jouw hand. Op die manier voel je gelijk als het paard het bit vast pakt en kan je met een kleine ophouding en voorwaarts laten bewegen hem weer laten nageven. Het paard geeft als het ware antwoord op jouw vragen/ hulpen.

Aanleuning is dus een positief antwoord van het paard. Vergeet niet dat aanleuning dynamisch is, je zal constant met het paard mee moeten veranderen. Als je paard in aanleuning loopt, is het paard meegevend, verend, en soepel , dat is dat het antwoord van je paard. Alle kleine ophoudingen die je geeft met je handen en stem komen door, dat heeft niets te maken met trekken aan de longe. Deze aanleuning begint al tijdens het losstappen. Zorg er dus voor dat je deze contstante druk tijdens de gehele longe training hebt. Succes! 😉

Geef een reactie